Is de vlinder groot en fors en houdt hij zijn vleugels wijd uitgespreid in een zogenoemde 'straaljagervorm'? (pijlstaarten)
Is de vlinder groot en heeft hij opvallende ogen op de vleugels? (nachtpauwogen)
Lijkt de vlinder op een wespachtig insect? (wespvlinders)
Heeft de vlinder verdikte uiteinden aan de antennen? (bloeddrupjes)
Heeft de vlinder de vleugels uitgespreid en heeft de voorvleugel een haakvormige punt? (eenstaartjes)
Is de vlinder (vrij) klein en houdt hij in rust de relatief lange smalle voorvleugels (gedeeltelijk) over elkaar heen gevouwen? (beertjes)
Heeft de vlinder een behaard borststuk? (spinners, processievlinders, uilspinners, houtboorders, wortelboorders, spinner-uilen (waaronder de onderfamilies donsvlinders en beervlinders) en sommige tandvlinders)
Houdt de vlinder in rust de vleugels dakvormig boven het lichaam, waarbij de voorvleugels met de binnenrand tegen elkaar aanliggen? (wortelboorders, houtboorders uilspinners, tandvlinders, spinner-uilen (waaronder de onderfamilies donsvlinders en beervlinders) en sommige spinners)
Heeft de vlinder opmerkelijk korte antennen? (wortelboorders)
Heeft de vlinder een opvallende 'tand' die aan de rugzijde boven de vleugels uitsteekt? (de meeste tandvlinders)
Liggen de voorvleugels aaneengesloten of iets uit elkaar, plat in een driehoeksvorm (zoals bij veel spanners)?
Houdt de vlinder de vleugels zijdelings uitgespreid en zijn alle vier de vleugels goed zichtbaar (zoals bij een ander deel van de spanners het geval is)?
Heeft de vlinder opvallend lange, ver naar voren stekende, palpen (een soort snuit)?